zaterdag 17 december 2011

Klagers


Delft breekt de gekste records. Een jaren durend enorm bouwwerk midden in de stad en een minimum aan geklaag. De meest gehoorde verklaringen daarvoor zijn dat we er uiteindelijk beter van worden.  En wat je ook hoort: mensen in Delft hebben wel iets met techniek en bouwen. 
Het infocentrum aan de Barbarasteeg wordt goed bezocht. Iedere laatste zaterdag van de maand wandelt er weer een groep geïnteresseerden langs het bouwterrein. Belangstellend luisteren ze naar de uitleg van een enthousiaste rondleider. Kunstenaars zijn betrokken, aan fotografen is geen gebrek. Tentoonstellingen, maquettes, een boek met foto’s vanuit de 1e verdiepingen van de Spoorsingel. Het is er allemaal.
Waar zitten dan de klagers, de mopperaars die het allemaal nog maar moeten zien? Er kan nog heel wat mis gaan. Lees de ‘Delft op Zondag’ en bezoek eens een gemeenteraadsvergadering waar bijvoorbeeld het nieuwe stadskantoor op de agenda staat. Na de discussie over de boogbruggetjes over de nieuwe natte Spoorsingel, lag vervolgens de bovengrondse bebouwing onder vuur.  Al die geplande huizen? Onverkoopbaar. Dat glimmende stadskantoor? Kan de gemeente zijn schaarse centen niet beter besteden. Inderdaad, we zitten nu in een tijd van drastische bezuinigingen. Dat viel bij de aanvang van het werk niet te voorzien. Dat betekent opnieuw nadenken over prioriteiten.
Is er sprake van een tweedeling?. Zij die enthousiast zijn over het ondergronds gaan van het spoor en geïnteresseerd zijn in allerlei aspecten van de bouw. De ProRail-kant van het project. En zij die bezorgd zijn over de bovengrondse bouw. Die kwestie ligt op het gemeentelijke bordje. Onverschilligheid kan je de mensen in Delft niet verwijten.
guwie


geplaatst 17 december 2011

vrijdag 2 december 2011

Blauwdruk


Delft krijgt zijn openbare ruimte weer terug. De spoorlijn is al zo’n 150 jaar een kloof in de oude stad. Lag het spoor met zijn spoorwegovergangen eerst gelijkvloers en later op een grauw viaduct, een barrière is het altijd geweest. Als de trein in 2015 onder de grond verdwijnt kan de bovengrondse ruimte opnieuw worden ingericht. Met groen, met woningen, met een nieuw stadskantoor. Om er doorheen te fietsen of op een terrasje iets te drinken. We krijgen er rust en ruimte mee terug.
Joan Busquets, de Spaanse architect en stedenbouwkundige, tekende een blauwdruk voor de spoorzone van de toekomst. Hij verbindt de stadsdelen weer met elkaar.
Vorige maand kreeg Busquets de Erasmusprijs voor zijn bijdrage aan de inrichting van de stad. De “kampioen van de openbare ruimte” zoals hij in de Volkskrant werd genoemd. Hij kreeg de prestigieuze prijs voor de pleinen, de opnieuw ingerichte stadsharten, de herstelde waterfronten. Hij maakt ze overal: van Buenos Aires, Shenzhen tot  Lissabon, maar ook in Den Haag, Helmond en Amsterdam.
De financiële crisis en de ontwikkelingen op de woningmarkt gooien roet in het eten van de spoorzone. De discussie over het stadskantoor was een eerste signaal. De grondopbrengsten zullen veel lager zijn. De gemeente gaat zelf de ontwikkeling van het gebied oppakken. Meer studentenhuisvesting, minder kantoren, particulier opdrachtgeverschap. De blauwdruk van Busquets staat nog overeind, maar verbaas je niet. Busquets moet wellicht snel terug naar Delft om zijn masterplan aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Geen mooi stadspark of in ieder geval een stuk kleiner, veel meer goedkope woningen? Zeker is dat het allemaal veel langer gaat duren.
Nog tot 24 december is er een kleine tentoonstelling te zien over Joan Busquets in het informatiecentrum in de Barbarasteeg. De blauwdruk van de bovengrondse inrichting is mooi, maar misschien al achterhaald.
guwie

geplaatst 1 december 2011


woensdag 16 november 2011

Naar de treinen


Ook de kleine infrastructuur vraagt om slimme en flexibele oplossingen. Je wilt een spoortunnel bouwen, maar die doorsnijdt het pad van het station naar de binnenstad. Dat kan natuurlijk niet. Een paar duizend voetgangers en fietsers tussen stad en station wil er dagelijks door. Zo lang de trein op het oude spoor rijdt moet je op de perrons  kunnen komen. Of in de stad. Simpel.

In het begin  is er niets aan de hand.  De blauwe huisjes breek je af zonder dat het station onbereikbaar wordt. Het oude busstation sloop je zonder dat het de voetgangers en fietsers stoort. De oude route blijft gewoon in gebruik. Maar dan moet het pad opschuiven. Het wordt verlegd, want het bouwterrein eist steeds meer ruimte. Via een nieuwe, provisorische toegang over betonplaten kom je bij het station. Een witte streep scheidt fietser en voetganger van elkaar.  Dat gaat lang goed. Totdat het pad weer in de weg ligt.

Inmiddels is het betonnen dak van het nieuwe station voor een deel klaar. Gelukkig maar. Een perfecte loop- en fietsroute dient zich als vanzelf aan. Hup, betonplaten erop, een wit geschilderde voetganger en fietser aanbrengen, hekken er langs en  stad en station zijn weer verbonden. Van het ene op het andere moment vindt de mensenstroom haar nieuwe route. Het lijkt allemaal erg voor de hand te liggen, maar er is over nagedacht en vergaderd.  Slim en flexibel, zo kom je  altijd bij de trein.

guwie






geplaatst 16 november 2011

dinsdag 1 november 2011

Waltoren anno 1950



Hij staat er weer pront bij, de waltoren. Na wat heen en weer geschuif heeft hij zijn definitieve plek op het tunneldak  gevonden. Precies  op de scheidingswand tussen de beide tunnelbuizen.  In zijn oorspronkelijke vorm dateert de toren  van rond 1500. Een vestingtoren met schietgaten. In die tijd was het zaak de vijand en allerlei ander gespuis buiten de stad te houden. De platte wand maakte deel uit van de stadsmuur, de ronde kant stak naar buiten om zicht te houden op de omgeving.
Er is in de loop der eeuwen heel wat afgeknutseld aan deze toren, die ook nog St. Jobstoren heeft geheten. Op oude tekeningen zie je aanbouwsels en een trap aan de buitenzijde.  Al vanaf 1600 is er in gewoond en gewerkt.
In 1932 heeft de waltoren min of meer zijn oude vorm terug gekregen. De laatste restauratie was in 1950. Ziet hij er daarom zo clean na-oorlogs uit? Je ziet het vaker, zeker in de plaatsen waar na de 2e wereldoorlog ijverig aan de wederopbouw is gewerkt.  De monumenten  stralen je tegemoet, maar het is net niet helemaal echt.
Onze waltoren, nu de Bagijnetoren, heeft ook zoiets propers.  Het zou een retro-toren kunnen zijn.  Maar nee, hij is echt. Zelfs een rijksmonument. Vóór de tunnelbouw huisde er een atelier in. Straks zal hij weer een functie krijgen.
Hij zou een beetje moeten verweren.
guwie


geplaatst 1 november 2011

zondag 16 oktober 2011

Kansloos


Lei-lindes kennen we. Een rijtje lindebomen voor een kerk of in een laantje, zo gesnoeid dat ze een platte haag vormen.  Aan de Spoorsingel konden we kennis maken met een zelfde techniek die was toegepast op platanen. Krap langs het viaduct en ieder jaar keurig bijgesnoeid. Lei-platanen dus. Maar ze stonden in de weg.  Aan de gebouwen in de Phoenixstraat en Spoorsingel zijn spiegeltjes aangebracht. Daarmee worden eventuele verzakkingen als gevolg van de tunnelbouw gemeten. Toen de platanen eenmaal mooi in blad stonden, bleken ze dat gespiegel in de weg te staan. Kappen dus die bomen. Jammer, maar noodzakelijk.  Op den duur zouden ze toch gesneuveld zijn.
Toen werd het lente, en zie: uit de korte platanenstompen die waren blijven staan, ontsproten rijkelijk jonge platanenblaadjes. Te laag om in de weg te staan en een groene sierraad langs het viaduct. Samen met de gezellige perkjes die bewoners aan de huizenkant hadden aangelegd, zag het er opeens groen en fleurig uit.
Te groen kennelijk, want begin september kwam opnieuw de gemeentelijk zaag langs. Weg met die spontaan uitgelopen plataantjes. Ze vochten een bij voorbaat kansloze strijd uit met de spoortunnel.
Nu rest nog de creativiteit aan de huizenkant in de boomgaten. Her en der staat een grote bloempot op de vlakke stomp, verderop een stoel. De zomerse regen heeft goed meegewerkt. Het groeit en bloeit daar.  Op weer een volgende stomp staat een leeg bierflesje.  Maar het zal allemaal kansloos zijn.
guwie













 geplaatst  16 oktober 2011






zaterdag 1 oktober 2011

Putjesscheppers

“Als jij niet beter je best doet, dan word je maar putjesschepper”. De opstandige puber kreeg dat vroeger nog wel eens te horen van zijn ouders. Een bedreiging met een kennelijk zeer laag geklasseerd beroep. Je werd er vies van en het stonk.
Nooit meer aan gedacht, maar opeens zag ik ze weer: twee mannen die de putdeksel lichtten en daar een peillood in lieten zakken.

Wat blijkt? Iedere dag wordt door een vast koppel mannen de grondwaterstand opgenomen. De betreffende putjes zijn geel of er is een gele cirkel omheen getrokken. Zo geel als de gele hesjes van de mannen.  Valt goed op. Maar vanwaar deze interesse voor het waterpeil? Dat zit zo. Als het grondwater te hoog komt gaat de tunnel drijven.
Nu wordt die natuurlijk stevig verankerd, maar toch.

Al heel lang onttrekt de Gistfabriek, nu DSM, voor zijn koelproces grondwater. Met als gevolg een lagere waterstand in het omringend gebied. DSM heeft inmiddels veel  minder koelwater nodig voor hun productieproces . Maar toch blijven ze nog een aantal jaren flink doorpompen.  Dat maakt de Gemeente Delft en ProRail dus blij. Wellicht wil het Hoogheemraadschap de grondwaterwinning later overnemen. Of wordt het water door de glastuinders gebruikt.

Maar tijdens de hele bouw blijft het meten van de grondwaterstand nodig, vandaar onze “putjesscheppers”.  Een geuzennaam eigenlijk, want deze controle is van vitaal belang. Een drijvende tunnelbak, je moet er niet aan denken.

guwie




geplaatst 1 oktober 2011

donderdag 15 september 2011

Referendum



De bouw van de nieuwe ondergrondse stationshal, schuin tegenover het fraaie oude stationsgebouw, kan niemand ontgaan. De dagelijkse stroom reizigers die zich naar de treinen haasten kunnen het werk op de voet volgen. En ook vanuit de trein is er een goed zicht op. In de diepe bouwput worden houten etages gebouwd die worden afgedekt met een dak. IJzervlechters zijn op het dak druk in de weer om de bewapening vernuftig in elkaar te knopen. Een hele klus, maar nodig om na het betonstorten een stevige dakconstructie voor de stationshal te krijgen. Over een paar jaar stoppen hier onder het dak de vele treinen die Delft aandoen. De ontwerpers van Benthem Crauwel Architekten hebben al mooie impressies gemaakt hoe de ondergrondse halte er uit gaat zien. Tot zo ver is het allemaal duidelijk.


Maar dan. Het stadskantoor. Dat wordt boven op het station gebouwd. Of toch maar niet? In de gemeenteraad houdt het nieuwe onderkomen de gemoederen flink bezig. Het glazen gebouw is niet mooi, het is te hoog en te groot, volgens de tegenstanders. Het nieuwe stadskantoor is helemaal niet nodig in een tijd van bezuiniging. De inwoners van Delft mogen het nu zeggen. Dat is nog eens democratie. Maar zoals bekend gaan bij een referendum vooral de tegenstanders stemmen. Is Delft daarmee gebaat?

Dat valt te betwijfelen. Stadskantoor en station worden de zichtbare entree van Delft.  Natuurlijk moet je onderzoeken of het goedkoper kan, kleiner wellicht. Maar helemaal geen stadskantoor bouwen is een gemiste kans. Het kan het icoon worden van de nieuwe spoorzone waar Delft trots op kan zijn. Dat is niet gratis, maar zeker de moeite en het geld waard. Terecht dat zoiets flinke discussies geeft. In de pers en in de gemeenteraad, maar een referendum….
guwie


geplaatst 15 september 2011





donderdag 1 september 2011

Elke dag opruimen

Je fiets stallen bij het station doe je tegenwoordig in een wit vak, de fietsparkeerzone. Binnen de  lijnen en absoluut niet daarbuiten. Een groot bouwdoek bij de fietsenstalling en een bord maken duidelijk dat het de gemeente ernst is. Verkeerd gestalde fietsen worden elke dag verwijderd. Is je goed vastgeketende fiets verdwenen dan mag je naar het fietsdepot om hem op te halen. Streng en rechtvaardig met nog een voordeel. Het aantal weesfietsen neemt zienderogen af.

Maar werkt het ook? In het weekend eens een kijkje genomen.
Achter het station zijn de meeste fietsplekken. Ik schat al gauw een 4000. Tot zo’n vijf minuten lopen van de treinperrons kun je je fiets parkeren. Beetje ver lopen, denkt menig fietser en zoekt een plek dichter bij. 
Het is zaterdagmiddag, alle witte vakken tot ver achter het station staan tjokvol. Dichter bij het station en ook tegen het bouwdoek staan fietsen buiten de vakken. “De foute fietsen worden tot nu toe elke dag weggehaald. Er zijn veel mensen mee in de weer”,  zegt de student van de fietsenstalling als ik er naar vraag. Ik zie dat fout parkeren niet helemaal is te voorkomen. Maar toch lukt het heel aardig om de chaos de baas te blijven. Onder één voorwaarde: dagelijks blijven opruimen, en dat nog 4 jaar lang.

Toon Hermans dichtte ooit:
Hun fietsen lagen in het gras,
En de ijzeren stangen omhelsden elkaar
Twee meter verderop lag het jonge paar
Een politieman kwam en keek ernaar
Maar hij liet ze
Hij dacht, dat zijn zeker die twee van die ….

Zo idyllisch zal het nooit worden met die duizenden fietsen rond het station. De fietsen worden hier gewoon weggehaald.

guwie







geplaatst 1 september 2011

maandag 15 augustus 2011

Uitzicht


Zo’n 24 treinen per uur razen er door de huiskamers aan de Spoorsingel. Daar lijkt het op als je kijkt naar de foto’s die zijn gemaakt vanuit de huizen langs het treinviaduct. De bewoners van de Spoorsingel weten niet beter.  Ze kennen de treinen, zijn er aan gewend. “ Normaal hoor ik ze niet , maar als het treinenverloop verstoord is valt het me direct op“,  zei een oudere vrouw die daar al jaren woont.

Op alle foto’s, die nog tot en met 28 augustus in Het Prinsenhof te zien zijn, komt de trein op het viaduct voor. Het is een van de constanten op de achtergrond. De foto’s laten vooral de verschillende interieurs zien, maar de blauw-gele treinen staan op alle foto’s. Er zijn meer zaken die je op alle foto’s ziet. De prachtige, vaak veelkleurige bovenlichten van glas in lood. In praktisch alle kamers zitten deze oorspronkelijke ramen er nog in.  Een platte TV en de huisraad van een meubelgigant uit Zweden zijn ook in deze stijlvolle woonhuizen aan de Spoorsingel volop ingeburgerd.

Maar zijn alle interieurs dan hetzelfde? Zeker niet. Op verschillende foto’s zijn de rommelige studentenkamers direct herkenbaar. Is dat een teken van de achteruitgang van deze straat zo direct langs de bouwput van de spoortunnel?  Of zijn deze huizen te groot voor een gewoon gezin? We zien ook kamers die als kantoor zijn ingericht of als werkkamer  langs het drukke spoor. De kamer van het oudere echtpaar met klassieke inrichting is er nog wel, maar ook de voorkamer als slaapkamer is op verschillende foto’s terug te zien.

Het uitzicht is vastgelegd nu het nog kan. Over enkele jaren zijn trein en viaduct uit zicht.
Dat wordt wennen voor de Spoorsingelbewoners. Niet meer wakker schrikken als de trein niet komt, een mooi park voor de deur.  Zal zeker een verbetering zijn, maar niet voor iedereen.  

guwie


geplaatst 15 augustus 2011

maandag 1 augustus 2011

Kijkers

De werkzaamheden aan de spoortunnel trekken veel bekijks.  De Bagijnetoren moest even opzij en dat haalde zelfs de landelijke kranten en het journaal. Inmiddels staat hij weer op zijn oude plek. Maar ook minder spectaculaire bouwactiviteiten zoals het storten en afwerken van het tunneldak trekt veel kijkers. Op de Westvest zie je altijd veelal oudere mannen staan. Ze komen op de fiets, zetten die tegen het hek en gaan staan kijken. Ze kennen elkaar inmiddels ook, want ze praten met elkaar. Over hoe het werk vordert, of juist niet. Wat er daarna gaat gebeuren en of het niet anders kan. En ze staan er altijd. Net als die andere groep die foto’s maakt.

“Ik begrijp niet waarom deze bouwput nu weer wordt dichtgegooid. Straks moeten daar toch die stalen buizen nog doorheen” hoorde ik laatst een krasse zestiger mopperen tegen zijn vriend. Ze hadden, zo bleek uit het vervolg, elkaar bij het hek leren kennen. Alles is te zien, niets wordt weggestopt achter dichte schuttingen. De bouw van  de spoortunnel is letterlijk een transparant proces. Hoe anders had het ook kunnen zijn.

Guwie was onlangs in Istanbul. Daar is ook veel te zien. De archeologische opgraving in de oude stad is groots en waardevol. Maar volledig met dichte schotten afgeschermd voor de buitenwereld. Dat trekt dus geen kijkers, geen mannen die commentaar geven zoals in Delft. Het open hekwerk rond de bouw van de spoortunnel geeft wellicht onbedoeld prachtig vertier. En zorgt voor een nieuwe vriendenkring. Voor  fotografen is het een uitgelezen kans om iedere verandering vast te leggen. Want vanachter  de hekken kun je alles zien. Kom daar in Istanbul maar eens om. 


guwie






geplaatst 1augustus 2011

zaterdag 16 juli 2011

Grondverzet


Zware vrachtwagens rijden af en aan. Die voeren vooral grond af. Hoeveel grond?  Stel je voor: een 100 meter lange galerijflat van 10 verdiepingen helemaal gevuld met aarde uit de spoortunnel. En dan 40 van deze flats bij elkaar, vol met grond.  Dan weet je hoeveel grond er verzet moet worden.
Je vraagt je af waar al die grond blijft. Het mooiste antwoord is: die wordt hergebruikt. Maar het is de vraag of al dat materiaal straks weer nodig is. En vooral of de grond niet te verontreinigd is om elders weer gebruikt te worden.


Wat gebeurt er? Overal waar grond wordt uitgegraven, wordt die bemonsterd. Zo wordt vastgesteld of er aan de gestelde milieu-eisen wordt voldaan. Dat blijkt overigens op het spoorzonetracé meestal het geval te zijn. Tot en met het eerste kwartaal van dit jaar zijn al 6440 vrachten grond afgevoerd. Te vuile grond wordt verwerkt in een zogenoemde grondbank die bevoegd en erkend is vervuilde grond te scheiden en te verbeteren


De meeste opgedolven grond wordt echter gestort in twee tijdelijke buffers. Eén op het voormalige Serpoterrein en de andere aan de Wateringsevest. Als er straks een nieuwe stadswijk ten zuiden van het station komt, is veel grond nodig om dat terrein op te hogen. In de hele spoorzone moet er 35 hectare bouwrijp gemaakt worden. De grond die daarvoor nodig is komt uit het gebied zelf. Is er dan nog over, dan gaat dat naar de Maasvlakte of wil Spijkenisse het wel hebben voor zijn nieuwe golfterrein. Dus Delftse grond blijft zoveel mogelijk in Delft. Hoe dichter bij huis hergebruikt, hoe beter voor het milieu en hoe lager de kosten. Iedereen blij.
guwie

geplaatst 16 juli 2011

zaterdag 2 juli 2011

Werkmannen



De mannen zijn er maar wat trots op. In hun gele hesje en met hun helm op staan ze afgebeeld op een groot doek. Zij bouwen hier de spoortunnel en dat mag iedereen weten.  De groepsfoto hangt levensgroot aan het hek. Het kan niet missen.  Dit zijn de bouwvakkers die bemodderd en al dagelijks in de weer zijn de klus te klaren. Een van hen regelt het kruisende verkeer. Hij zorgt er voor dat de voetgangers- en fietsenstroom van en naar het station en het werkverkeer veilig kunnen kruisen.

Al de anderen zijn de bouwvakkers die de diepwandgravers bedienen, het betonstorten begeleiden, in de vrachtwagens rijden. En hun werkkleding is daarop afgestemd. Veiligheid gaat daarbij boven alles. De gele fluoriserende hesjes zorgen er voor dat ze opvallen. Je ziet ze onmiddellijk op het modderige bouwterrein. Met hun bouwhelm zien ze er uit als eigentijdse bouwvakkers. Een groot verschil met de werkmannen van vroeger. Die werden neergezet in hun overall, vaak met pet en in ieder geval zonder een kleurig hesje aan.

De afbeeldingen van Gerd Arntz  (1900-1988) laten dat zien. Hij was de grafisch ontwerper die icoontjes maakte van fabrieksterreinen, van arbeiders, van het leger. Arntz bracht figuren en symbolen terug tot hun meest basale vorm. In deze tijd van informatie-overload hebben ze nog niets van hun kracht ingeboet. We maken nu een groepsfoto van de bouwvakkers en hangen die aan het hek. Arntz zou ze zeker anders afgebeeld hebben. Strakker, maar minder levend.
                                                  
guwie







geplaatst 2 juli 2011







vrijdag 17 juni 2011

Precisiewerk


De werkzaamheden aan de spoortunnel zien er tamelijk ruw uit. Grote graafmachines verplaatsen bergen met grond. Trilmachines drijven stalen damwanden met geweld de grond in. Overal opslag van materialen. Een wirwar aan buizen die de chaos nog eens groter maakt. Een spoortunnel aanleggen is geen precisiewerk zou je denken. Maar niets is minder waar. Het is vaak millimeterwerk. Kijk als voorbeeld eens hoe de diepwanden worden gemaakt. Die moeten aan allerlei eisen voldoen.
Het ontwerp van de wapeningskorf moet deugen. Het ijzer mag niet te dicht op elkaar zitten. Het vloeibare beton moet precies de goede dikte hebben, anders ontstaan er holtes in het beton of komt het ijzer bloot te liggen. Het uitgraven van de diepwand en het verversen van het bentoniet luistert nauw. Het is bepaald geen fluitje van een cent. Het is precisiewerk in een chaotische omgeving die volledig op zijn kop wordt gezet.
Van fouten kun je leren. Denk eens aan de metrobouw in Amsterdam. Dat geeft jaren vertraging in de oplevering. En bovendien tientallen miljoenen aan extra kosten. Tel daarbij het reputatieverlies op en je weet wat je in Delft wil voorkomen. Al die ervaring van elders kunnen we goed gebruiken. In het Handboek Diepwanden vind je tot in de finesses terug hoe je een diepwand maakt. En het boek zal ongetwijfeld dikker worden als de Delftse ervaring daarin wordt opgenomen. Al doende leert men.
guwie

geplaatst 17 juni 2011

vrijdag 3 juni 2011

Stempelen

Wat een stempel is hoef je de meeste mensen niet uit te leggen: een voorwerp waarmee je drukt of perst zodat ergens een afdruk op wordt overgebracht. Een poststempel, een stempel op een controlepost bij een wedstrijd. Het werkwoord stempelen heeft in de vooroorlogse crisistijd een negatieve betekenis gekregen. Iemand die stempelde was werkloos. Hij moest zich periodiek met zijn kaart melden voor een stempel dat recht gaf op een werkloosheidsuitkering.
Inmiddels kennen we in Delft een nieuwe betekenis van stempelen.  Op de Phoenixstraat is dat te zien. En we gaan het nog veel meer tegenkomen bij de tunnelbouw. Dan zie je dikke metalen buizen op betrekkelijk korte afstand die de wanden van de tunnel uit elkaar houden. Zodra het dak gestort en gehard is, worden ze verwijderd en verderop opnieuw gebruikt. Dat zijn nu stempels met het bijbehorende werkwoord stempelen. Familie van stutten en schoren. Het bouwvakjargon is rijk aan eigen specifieke termen.
Als toeschouwer zie je nu aan de Phoenixstraat al een echte tunnel liggen.  Straks komt er een forse laag aarde op. De afbouw gebeurt ondergronds.  Dat stempelen is maar een korte fase in het gehele werk, maar een essentiële. En eigenlijk een logische. Je zou het zelf hebben kunnen bedenken.  In onze lage landen met zijn beweeglijke slappe bodem is het inmiddels een beproefde techniek. Want de eerste tunnel – onder de Maas in Rotterdam -  is nog geen 70 jaar oud. Dus dat stempelen doen we ook nog niet eens zo lang.
guwie


geplaatst op 3 juni 2011

maandag 2 mei 2011

Spelevaren

Het is een lastige discussie die vooral in de architectuur wordt gevoerd. Moet je je oren naar ‘de mensen’ laten hangen, of mag de vormgever zijn eigen creatieve gang gaan? Dat kan heel verschillende alternatieven opleveren, elk met zijn eigen prijskaartje. Maar in populistische tijden is er toch een neiging het de mensen naar de zin te maken.


Een Delfts voorbeeld. Zoals bekend is het de bedoeling de Spoorsingel weer nat te maken. En dat allemaal bovenop de tunnel/parkeergarage, nog ettelijke jaren van ons verwijderd. Maar het thema beroert de gemoederen. Waar gaat het om? De voorziene platte betonnen bruggen zijn niet echt Delfts. Boogbruggetjes zouden beter passen. Met als bijkomend voordeel dat er gevaren kan worden op de singel. Watertaxi’s, kano’s, roeibootjes. Echt een fantastisch gezicht. En ’s winters die ijsbaan, zonder dat je langs de bruggen hoeft te klunen. Dat geeft pas leven.

Maar de wethouder zag het niet zitten. Duurder en ingewikkelder. Een bruggenontwerper, tevens verkoper, had al een gratis schetsontwerp gemaakt.  B&W heeft zich er onlangs nog eens over gebogen, want de volkswil trotseren vraagt wel om gedegen argumenten. En die waren er kennelijk, was ook de gemeenteraad van mening. Het gaat niet door.

Laten we er positief tegenover staan. Als dit aspect van de tunnelbouw al zoveel emoties losmaakt, dan valt het met de rest kennelijk wel mee. Spelevaren op de Spoorsingel kan nog net. Maar die watertaxi? Nee, echt niet.





guwie


geplaatst 2 mei 2011

vrijdag 15 april 2011

Leeg en te huur

De winkeliers aan de Binnenwatersloot laten zich niet uit het veld slaan. Wekelijks organiseren ze samen met onder meer Werkplaats Spoorzone op de zaterdag iets bijzonders om de loop er in te houden. We zagen al een optreden van een akoestische folkgroep, er was een levende etalagedag. En tegen de zomer is er weer het traditionele grachtenconcert. Maar toch kan het niet verhullen dat de winkelstraat langs de gracht moeilijke tijden doormaakt. Leegstaande panden, grote affiches met te huur op de ramen.

Het kruispunt met de Phoenixstraat is al maanden afgesloten. De trams stoppen niet meer aan halte Binnenwatersloot.  Het doorgaande verkeer is er verdwenen. Opvallend veel winkels staan leeg, andere zijn nog wel open, maar staan te huur.  De wijnhandel op de hoek heeft zijn deuren al lang gesloten. Kapper, supermarkt  en het mystieke winkeltje houden het nog vol. De gerenomeerde muziekwinkel ernaast wil van geen wijken weten. De makelaar houdt zijn winkel open, misschien wel tegen beter weten in. Maar even zoveel panden staan leeg.  De voorheen zo fraaie en gezellige entree naar de binnenstad ziet er treurig uit.

Zo merken deze ondernemers aan den lijve wat de aanleg van de spoortunnel betekent. Geen of minder klanten met alle gevolgen van dien. Dat houd je geen jaren vol.  De gemeente overlegt met de winkeliers om de overlast zo beperkt mogelijk te houden. Er zijn omleidingsroutes ingesteld. Maar je komt er niet meer langs, dus ga je er niet kopen. De levendigheid is voorlopig weg, net als de klanten.  

guwie


geplaatst 15 april 2011

zaterdag 2 april 2011

Route F

Omleiding, Abtswoudsetunnel afgesloten. Volg route F. Die loopt door de Irenetunnel.  Wie zin heeft kan natuurlijk ook de Kruithuisweg nemen.  Het gele bord bij de ingang van de voormalige fietstunnel is onverbiddelijk. Je wilt rechtdoor, maar wordt een andere kant op gestuurd. 15.000 fietsers maakten dagelijks gebruik van de tunnel onder het spoor. Het is – of spreken we hier van was? - een cruciale verbinding tussen Delft Zuid waar veel mensen wonen en het TU-gebied waar duizenden mensen werken of college volgen. De nieuwe Haagse Hogeschool en InHolland zorgen sinds kort voor een extra toevloed aan fietsende studenten.


De gemeente had het vooraf netjes aangekondigd. Vanaf eind vorig jaar is de fietstunnel dicht voor alle verkeer. Eerst wordt vanwege de nieuwe spoortunnel een rioolpersleiding verlegd, een klus die nu bijna geklaard is. Daarna begint het inbrengen van de ankerpalen die er voor zorgen dat de tunnel niet gaat drijven. De werkzaamheden aan de Abtswoudseweg – zo lezen we op de website van de Spoorzone - laten niet voldoende ruimte voor fietsers en gemotoriseerde verkeer. Fietser en wandelaar moeten een omweg maken.


De afsluiting is niet voor eventjes, maar voor bijna 2 jaar, zo communiceert Spoorzone Delft. Gaat de tunnel daarna weer open?, is een vraag die dan opkomt. Ja, dat is wel de bedoeling. Ten minste voor de helft, want de andere helft wordt binnenkort gesloopt. Wordt dan eind 2012 de fietsverbinding weer open gesteld en fietsen we over het dak van de spoortunnel naar de overkant? Dat gaan ze proberen, maar niets is zeker. We weten inmiddels dat de bouw van de spoortunnel langer gaat duren. Volgens de huidige planning (en die kan nog uitlopen) rijdt pas in 2015 de eerste trein ondergronds. Zo lang blijft dus het oude spoor in gebruik.


Benieuwd hoe ze dat gaan oplossen.

guwie



geplaatst 2 april 2011

woensdag 16 maart 2011

Blauw


Aan creativiteit ontbreekt het niet in de spoorzone. De aanleg van de tunnel daagt de bouwers uit om zo innovatief mogelijk te zijn. Diepwanden die met beton worden volgestort in plaats van damwanden die in de kwetsbare binnenstad de grond in getrild moeten worden. De bouwers zijn zeker inventief. Dat moeten ze ook zijn. Maar er is ook een creatief circuit van kunstenaars, ondernemers en architecten dat de tunnelbouw aangrijpt om allerlei moois te maken.


Iedereen kent nog de blauwe panden aan het Stationsplein die treffende teksten bevatten als …..en verdwijnen wij geruisloos uit zicht….  Voor veel Delftenaren de eerste aankondiging dat de sloop voor de deur stond. Of de blauwe meisjes van Vermeer die leerlingen van het Grotius hadden gemaakt. Ze sierden de laatste maanden de blauwe slooppanden op. En wat te zeggen van de blauwe fietsenstalling achter het station. Graffitikunstenaars hebben daar in het gepaste formaat van een Delfts blauwe tegel bekende monumenten als de watertoren, de molen en de Oostpoort afgebeeld.  Iets dat verdwijnt is niet weg, het verstopt zich alleen … is een van de  teksten die op de stalling is geschilderd.


Een initiatief dat goed in dit rijtje past zijn de blauwgerande bouwdoeken. Op verschillende plekken zijn ze te vinden. Ze zorgen voor een prettiger omgeving tijdens de bouw. Her en der beschermen ze tegen de modderspetters.  Soms staat er alleen maar informatie op over de techniek. Vaker zijn er afbeeldingen op te zien hoe je de inrichting bovengronds kunt verfraaien. De hondekop-trein die uit het gras steekt, een bank van Gaudi, maar dan van Delfts blauw. Schilderingen die bij buurtfeesten zijn gemaakt en vervolgens op de bouwdoeken zijn gedrukt. De spoortunnel maakt creativiteit los bij bewoners. Je zou er nog veel meer van willen zien.


guwie  



geplaatst: 16 maart 2011


dinsdag 1 maart 2011

Dat nemen we mee

Zodra er ingrijpende ontwikkelingen aankomen, belegt Spoorzone Delft een info-avond. Zo zat de aula van Unesco-IHE  eind vorig jaar weer redelijk vol en zoals gebruikelijk met veel oudere mannen. Een keur van inleiders lichtte dit keer nut en noodzaak van de afsluiting van de Abtswoudsetunnel toe. Daar leefde de nodige onrust over in de zaal. En dus moet je dat uitleggen, zo leert les 1 van de communicatieleer. De sprekers etaleerden alle empathie die in ze zat en nodigden de aanwezigen uit tot het stellen van vragen, liefst na afloop van de inleidingen.


Vragenstellers en opmerkingenmakers werden uitermate positief bejegend.
Als er maar even een zinvol lijkende suggestie werd gedaan dan reageerde de spreker blij dat deze zeker meegenomen zou worden. Zelfs werden de criticasters oprecht bedankt voor hun ideeën en positieve inbreng. Alles zou ingebracht worden.

Hoe gingen we daar in de jaren zeventig van de vorige eeuw mee om? Een zaal toehoorders zou dergelijke reacties direct agressief labelen als verderfelijke voorbeelden van wat toen repressieve tolerantie heette. Een begrip dat door de toenmalig leidsman van de links/anarchistische studentenbeweging, Herbert Marcuse, in 1965 in de strijd geworpen werd. Een machtsinstrument van de heersers. Je werd ingepakt waar je bij stond.

Hoe repressief tolerant is Spoorzone Delft?  Valt wel mee denk ik. Zij zijn zich er natuurlijk van bewust dat van een robbertje vechten met bewoners weinig heil te verwachten is. Een bedorven stemming bij diegenen die je nog jaren tegenkomt kost veel tijd en geld. De moderne communicatiemanager pakt dat anders aan. Goede ideeën worden direct meegenomen, onuitvoerbare suggesties worden serieus bekeken. Later wordt uitgelegd dat het allemaal een kwestie van afwegen is. Zeker, er wordt geluisterd, maar het kan niet altijd een winwin-situatie zijn.


guwie



geplaatst: 1 maart 2011

dinsdag 15 februari 2011

De schutting

De markante schutting die jarenlang het bedrijfsterrein aan de westkant van de spoorlijn afschermde is het enige dat daar nu nog over is. Hij staat er wat verloren bij op een braakliggend terrein, goed zichtbaar vanuit de trein.


De sloop van de oude bedrijfshallen heeft de schutting  overbodig gemaakt. Omgewoelde grond,  zandhopen en bergen steen bepalen nu het beeld. In dit gebied tegenover Delftzicht zullen nieuwe stadswoningen in niets meer herinneren aan de vervallen bedrijfsgebouwen van weleer. Het zal een kwestie van tijd zijn voordat ook de robuuste schutting van houten bielzen ten prooi valt aan de slopershamer.

De zwarte bielzen zijn eerder gebruikt als dwarsliggers onder de rails. Ze worden gestapeld  bij elkaar gehouden door een ijzeren kolom met uitsparingen waarin de bielzen precies passen. Simpel en doeltreffend en nog stevig ook. Op plekken waar je er gemakkelijk bij kon is er een kleurige graffiti op gespoten. Al is de verf wat verbleekt, het ziet er toch nog fleurig uit.    

Maar de tijd heeft er aan geknaagd. Hier en daar ontbreekt de bovenste biels, kieren tussen de kromgetrokken dwarsliggers laten verderop liggende gebouwen zien. Het prikkeldraad boven op de schutting is voor een deel al weggeroest. Denk er verlichting en wachttorens bij en deze schutting had ook op de grens van het vroegere Oost-Duitsland kunnen staan. Die grens is jaren geleden al verdwenen. De schutting wacht hetzelfde lot.

guwie


geplaatsts: 15 februari 2011

dinsdag 1 februari 2011

De zwaai


Aan het einde van de Westvest duikt na een scherpe bocht de tram onder de spoorbaan door. Op weg naar Delft-Zuid alsof er niets aan de hand is. Maar dat is schijn. De Irenetunnel wordt afgesloten voor de tram. Een keerlus op het Serpo-terrein wordt het voorlopige eindpunt van de lijnen 1 en 19. Op verschillende stukken langs het spoor is de trambaan opgeschoven, wordt hij nog verlegd of weer terug gelegd op zijn oorspronkelijke plek. De tram slingert zich van links naar rechts langs het centrum van de stad.

 De mooiste zwaai maakt hij bij binnenkomst vanuit Den Haag, komend vanaf de Wateringse Vest. De zwierige tram buigt af richting het viaduct en weer terug. Het is een prachtig gezicht voor de bewoners aan de Spoorsingel. De tram lijkt een stuk groter nu hij dichter bij rijdt. Vanaf het Kampveld tot aan de Binnenwatersloot liggen de rails stijf tegen het viaduct.

Het was nog een heel karwei om de oude baan af te breken.  De grote drilboor - gebruikt om het oude spoor te slopen – was niet alleen oorverdovend hard, maar deed ook de naastgelegen huizen op haar grondvesten trillen. Letterlijk, de stenen vlogen in het rond. Stop! Fotografen rukten uit, schade-experts kwamen in actie. Pas veel later is met lichter materiaal het opbreken van de trambaan hervat.

Een volgende zwaai komt er aan. Of beter gezegd, de zwaai bij de Binnenwatersloot wordt nog groter als de trambaan daar opschuift naar de stadskant. Dichter langs de bebouwing waar het tracé ook daar moet worden gedeeld met de auto’s.

guwie




geplaatst 1 februari 2011

maandag 17 januari 2011

Oversteken


Veilig oversteken,  afbuigend verkeer, witte lijnen die  soms geel zijn,  stoplichten, verkeersborden, haaientanden, 30 km zones. Het vraagt allemaal om uiterste alertheid van de gebruiker. Normaal al, maar op het spoorzonetracé in ieder geval. Het lijkt onvermijdelijk, en zeker tijdelijk, al wordt die tijdelijkheid steeds weer opgerekt.

Kan het ook anders? Ja. Zo’n jaar geleden hadden we daar ter hoogte van de Kampvelddriehoek een mooi voorbeeld van. De nieuwe onderdoorgangen en kruisingen zijn toen aangelegd. De stoplichten vormden het sluitstuk.
Maar voor het zo ver was deed zich iets interessants voor. Juist omdat het nieuw en vooral onoverzichtelijk was en voortdurend anders, reden auto’s en fietsers stapvoets, bang als ze waren in de fout te gaan.  Het was een kwestie van goed opletten en elkaar in het oog houden. De beleefde handgebaren van ‘ga je gang’ waren niet van de lucht.

Tom Vander Bilt (USA) schreef over deze problematiek in zijn boek Traffic  -  ook in het Nederlands vertaald -  een hoofdstuk: Ellende met verkeersborden – schaf ze af, iedereen blij.  Kort gezegd, hoe minder formele aanwijzingen, hoe beter, want dat dwingt de verkeersdeelnemers behoedzaam te zijn, vaart te minderen en goed te blijven opletten.  Een opvatting of een wensdroom? Nee, bewezen werkelijkheid, hier voor mijn deur.

guwie



geplaatst 17 januari 2011